Over ons

Vlemmix Juwelen Atelier

Biografie Atelier Vlemmix

Voor goud en zilversmid Joost Vlemmix is het op meesterlijke wijze uitvoeren van zijn vak een bron van geluk. “Het geeft mij het gevoel dat generaties van meesters dagelijks over mijn schouders toezien, op de uitoefening van een geweldig ambacht. Goed keurend maar soms ook streng ”. Niet alleen de wijze waarop maar ook hoe de meester te werk gaat is een dagelijks gevecht met het geweten. Is het werkstuk uiteindelijk subliem of niet!
Zijn grootvader was niet alleen een fantastisch meubelmaker bij Jonkers in Vught, maar net zo als zijn vader een gelukkig mens, dit uit zich altijd in het fluiten tijdens het werk, een eigenschap die ook Joost van zijn voorvaders erft.

In 1978 wordt de knoop doorgehakt en start de dan nog 14 jarige gezel met zijn opleiding tot goudsmid. Geheel volgens een eeuwen oude gilde traditie, niet bij een leermeester maar op de L.T.S. te Schoonhoven. Vanwege de onbereikbaarheid eerst in de kost bij een tante in Leidschendam en op 18 jarige leeftijd op kamers in Schoonhoven, maar wel in middels met een C -diploma gezel edelmetaal bewerken en twee aangewakkerde passies voor het vak goudsmeden en edelsteenkunde op zak.

In Heesch richt het jonge talent in de garage van zijn ouders een werkplaats op en stort zich volledig op de studie MTS Vakschool goudsmeden te Schoonhoven. Voor dit onderwijs niveau moet de leerling echter alle zeilen bijzetten. Al snel wordt er nog een grote passie aangewakkerd, namelijk kunstgeschiedenis.

Op initiatief van zijn goudsmeden leerraar Louis Hankart organiseert de vakschool in 1984 een nationale goud en uurwerkmakers wedstrijd. Joost komt dan als beste kandidaat voor het vak goudsmeden uit de strijd. De vakschool waagt het er op en stuurt Joost voor het vak goudsmeden en André Arens voor het vak uurwerkmaker voor de eerste keer in de Nederlandse geschiedenis naar de 28ste World Scills International Competition in 1985 georganiseerd in Osaka, Japan. De kersverse goudsmid ontmoet in deze periode op de vakschool niet alleen zijn grote liefde Tanja Vlemmix, maar tevens in Japan het toekomstige wereld wijde talent in het vak. Zowel de deelnemers als hun leermeesters.

Joost en zijn begeleider Louis keren terug naar Nederland als 21 jarige leerling met de levensles wat de chemie betekent tussen leerling en Meester. Deze Japanse leerschool levert voor de vakschool tevens de introductie op van de versiering techniek Mocume en Amita Damascene. Tot op de dag van vandaag zijn deze Japanse technieken te leren op de vakschool. In 1987 wint Tanja de derde prijs met de nationale wedstrijden voor goudsmeden en behaald in 1988 het diploma goud en zilversmeden.

Joost verlaat de vakschool pas als hij in 1987 tevens het diploma zilversmeden op zak heeft, zijn leermeester is dan Jan van Nouhuijs en deze meester opent voor Joost de deuren van atelier Anton Hartman. Anton moet in die jaren worden gezien als de beste Nederlandse leermeester in het vak juwelenmontage. Door zijn hoge vakkennis en contacten in de top van het vak zijn alle werkzaamheden op het atelier van een zeer hoog niveau en komt Joost voor het eerst in aanraking met de mooiste edelstenen dien men in Nederland kan vinden.

Door de crisis in die jaren komen de grote juweliershuizen van Nederland onder grote druk te staan. Joost wordt door het atelier Hartman uitgeleend aan het juwelen huis, “Het huis van Sint Eloy te Rotterdam”, om aldaar een atelier op te richten en te bemensen, de dienstplicht maakt hier echter een einde aan en zo krijgt Joost een opleiding tot optisch instrumentmaker in het leger tijdens zijn dienstplicht.

Na zijn dienstplicht vervult te hebben wordt Joost weer met open armen ontvangen bij zijn leermeester Anton Hartman om zo zijn opleiding verder af te maken. Het atelier van Joost was in middels van Heesch verhuisd naar Den Haag en had er een huwelijk plaatsgevonden tussen de twee jonge goud en zilversmeden.

Naast hun goudsmedenwerk overdag voor de baas, werd in 1991 door de gemeente Den Haag een vergunning verleend tot uitoefening van het Goud- en Zilversmidsbedrijf. In de avonduren werd tot diep in de nacht hard gewerkt aan een eigen klantenkring. Tevens sloot Joost zich aan bij de net opgerichte kunst stroming “Zilver in beweging’, deze groep zilversmeden was onder leiding van Jan van Nouhuijs begonnen aan een beweging die het vak zilversmeden door het organiseren van grote tentoonstellingen moest redden en promoten.

In 1992 neemt Joost afscheid van zijn leermeester en de stad Den Haag om het atelier te verhuizen naar het vestingstadje Ravenstein (N.B.). De ingeslagen weg naar de juwelenmontage en het grote zilverwerk blijft een belangrijk onderdeel uitmaken van het atelier. Na diverse leerlingen treed mede klasgenoot Bob van Bergen in vaste loondienst.


Fellow Gemmological Association

In 2009 behaalt Joost het fel gegeerde diploma FGA (Fellow Gemmological Association of Great Britain) en wint hij de tweede prijs tijdens de Nederlandse ontwerpwedstrijd 2009 -2010.

In 2010 wordt hij opgenomen in het Bossche gilde van goudsmeden als Meestergoudsmid, dit gilde zal later opbloeien tot het Nederlands gilde van goudsmeden. Naast het geven van masterclasses en lezingen is hij balloteur voor de titel Meester van het gilde, van het eerste uur.

In 2011 start hij in Vlaanderen met restauratie werkzaamheden van kerkelijk vaatwerk voor een aantal abdijen. Inmiddels heeft hij naam gemaakt binnen deze kerkelijke gemeenschappen. Met name voor onze lieve Vrouwe Abdij van Tongerlo is Joost in de voetstappen getreden van hun vaste meester Egino Weinert die zijn atelier had in Keulen. In 2018 restaureert hij voor deze abdij een vergulde godslamp van het atelier Esser te Weert uit 1908. Deze godslamp is van uitzonderlijke kwaliteit en een juweel binnen de Nederlandse ciseleer kunst.

Als het museum voor vlakglas en emaillen kunst in 2016 te Ravenstein helaas haar deuren moet sluiten is dit een groot gemis voor het vak. Het museum was vanwege haar sieraden exposities een bekent fenomeen. Zo organiseerde Joost er met zijn Japanse vriend en collega uit Osaka Toshiyuki Sugihara er de sieraden tentoonstelling ”when east meets west”.

Als reactie op de sluiting van het Museum van vlakglas en emaille, verenigen zich alle ambachtsmensen en kunstenaars van Ravenstein tot een gilde, namelijk “het KAR” kunst en ambachtsgilde Ravenstein, hiervan is Joost mede oprichter.

Als lid van de VVNE (vak vereniging van Nederlandse edelsteenkundigen) neemt hij in 2017 de voorzittersfunctie over van William Wold.

In 2018 wordt het atelier versterkt met zoon Max Vlemmix, die in middels is afgestudeerd in het vak elektrotechniek en goudsmeden. Op zijn naam staan nu al de eerste prijs zilverdag 2015, een eervolle vermelding 2017 en winnaar publieksprijs meesterstukken 2018. In dit zelfde jaar is ook Noa Vlemmix afgestudeerd in het vak chocolatier en is werkzaam bij Tom van Veen van Bontom te Nijkerk.